IK BEN GEBOREN op Allerzielen. Toen ik nog maar twee weken oud was, kreeg ik kinkhoest (opgelopen in het ziekenhuis). De dokter zei: ' Die gaat dood. ' Maar ik wou niet dood. Mijn ouders zaten dag en nacht aan mijn wieg om het slijm uit mijn mond te halen met een watje. Zo bleef ik in leven. De dokter zei toen: ' Die baby is van beton. ' Dat was waar. Een stuk beton met open zenuwen en een hondenhart, zo zou ik mezelf graag willen typeren.Ik ben opgevoed samen met een hondje: Pim. Het was een gladde foxterriër type His master's Voice. Vanaf mijn eerste levensjaar sliep ik samen met hem in een kist. Een en al tederheid, waakzaamheid en intelligentie! Vandaar dat ik mezelf nooit boven het dier zal stellen en met iedereen overhoop lig die dat wel wenst te doen. Vandaar ook dat mijn man en ik altijd foxterriërs hebben gehad. De eerste heette Dar, de tweede Plume, de derde Koert en de huidige Pieter. Koert is op 22 augustus overleden in Oostende. Omdat daar geen hondenkerkhof is, hebben we hem moeten laten cremeren in Boom bij Antwerpen. Ik wou zijn as uitstrooien op het Oostendse strand (in navolging van de laatste wens van de wereldberoemde danser Maurice Béjart) maar bij nader inzien kon ik er toch geen afstand van doen en nu staat de urn op mijn Oostendse nachtkastje.
Van poppen hield ik niet, ik vertroetelde komkommers. Op mijn vijfde kwam ik met mijn vader in een groentewinkel waar een grote, groene komkommer eenzaam in een kistje lag. Meteen voelde ik een heftig medelijden. Mijn vader heeft hem toen voor me gekocht. Thuis sneed hij er een paar ogen in en een lachende mond. Vanwege de gebogen vorm kon ik hem lekker wiegen in mijn arm. Eindelijk een pop zonder kindergezicht, en eentje die leefde! Maar alles wat leeft gaat dood. Toen hij ging rotten en zelfs een pleister niet meer hielp, hebben we hem begraven in de tuin. Daarna heb ik nog honderden andere komkommers gehad (ook begraven).
Zowel mijn vader als mijn honden hebben me geleerd dat je je niet moet neerleggen bij hiërarchieën die vastgesteld zijn door anderen. Zo stond bij ons thuis een voortreffelijk stuk Shakespeare niet hoger aangeschreven dan een strip van Hergé, de bijbel niet hoger dan een fles wijn, een intellectueel niet hoger dan de orgelman. Het ging maar om één ding kwaliteit. En terecht. Dit is van zeer grote invloed geweest op mijn vriendenkeuze en ook op mijn houding tegenover de cultuur.
Van mijn moeder waardeer ik vooral haar voorbeeldige dierenliefde. Als wij naar Artis gingen of een andere Zoo namen we altijd volle tassen mee schelvissen voor de pelikanen, niertjes voor de hyena's, brood met honing voor de beren, appels voor de neushoorns, pinda's voor de apen en andijvie voor de nijlpaarden. Zij heeft ook verscheidene malen een hond uit het asiel gehaald. Ook vond ze het nooit erg dat de stadsduiven gewoon in de kinderkamer binnenvlogen om te overnachten op de speelgoedkast.
Mijn vader was kunsthistoricus. Hij werkte als documentalist op het kunsthistorisch instituut in Utrecht en had ook voor zichzelf een gigantische verzameling van duizenden plaatjes aangelegd. Die knipte hij uit de jaarlijkse kunstkalenders en de kerstnummers van luxebladen als L'Oeil en Du. Summum summarum zo'n knippende en plakkende vader. Af en toe mocht ik bij hem op schoot zitten en dan liet hij me "examen" doen. Ik moest dan raden uit welke tijd een bepaald kunstwerk stamde en van welke hand het was. Op die manier heb ik een enorme kennis van de schilderkunst verworven. Zijn verzameling bevindt zich thans in het NKD (Nederlands Kunsthistorisch Documentatiecentrum) te Den Haag.
Omdat men zijn leven niet verlengen kan maar wel verbreden, woon ik nu met man en hond op drie plekken tegelijk: Oostende, Frankrijk en Amsterdam. Het vereist enige organisatie en soms moet men oproeien tegen heimwee maar het bevalt ons best. Bos, zee en stadsrumoer: betere inspiratiebronnen kan men zich niet wensen. Bovendien heb ik een schat aan nieuwe kennis opgedaan. Ik weet hoe een vuurtoren werkt, ik kan een tractor uit elkaar halen, ik ken minstens tien soorten eetbare paddestoelen, en spreek goed Vlaams en Frans.
Vaak word ik getypeerd als liefhebber van details. Meestal is dat goed bedoeld maar het is geen juiste voorstelling van zaken. Er bestaan geen details. Alles is via causale ketens met elkaar verbonden en je hoeft geen speurneus te zijn zoals ik om er achter te komen dat de haar van een rups van niet minder importantie is dan het vrijheidsbeeld.
En wat is mijn bijdrage aan de strijd tegen het terrorisme? Dit: elke schrijver of kunstenaar die zichzelf serieus neemt is qualitate qua een terrorist.
Bekijk Charlotte Mutsaers over haar roman Koetsier Herfst in een filmpje van VPRO's Op het nachtkastje
Bekijk de werkkamer van Charlotte Mutsaers in het NRC-Handelsblad